2.jpg

Agenda

30-01-2012  Club
(Onderkomen)

30-01-2012  Crosspoint (Achterkamer)

...meer agendapunten

Woord van de maand- januari

Simon Petrus: haantje de voorste

Hij is afkomstig uit Betsaïda, aan de Noordoever van het meer van Galilea, en is een zoon van Johannes (die ook wel Jona wordt genoemd). Later woont Simon met zijn broer Andreas in Kafar Nachum (het dorpje van Nahum). Petrus was getrouwd (1 Kor.9,5) en visser van beroep. Het optreden van Johannes de Doper heeft de broers Simon en Andreas geraakt. Langs die weg leerden ze Jezus kennen (Jh.1,40-42). Die ontmoeting leverde Simon een nieuwe (tweede) naam op: Cefas/Petrus = rots.
Tijdens hun dagelijkse werkzaamheden worden zowel Simon als Andreas door Jezus geroepen (Mk. 1, 16-18). Ze nemen het besluit Hem te volgen.
We leren Petrus kennen als een licht geprikkeld,temperamentvolle man, die geen blad voor zijn mond nam. Als iedereen Jezus zou verlaten, zou Petrus zijn Heer trouw blijven, zo beloofde hij en als Jezus de voeten van z’n vrienden begint te wassen voorafgaande aan de laatste maaltijd, weigert Petrus dit aan hem te laten gebeuren. Deze en nog veel meer voorbeelden laten ons zijn karakter zien. Niet het minst zien we er iets van tijdens de confrontatie in de hof van Gethsemane, waar hij een soldaat letsel bezorgd door met een zwaard om zich heen te slaan.
Simon Petrus belijdt als eerste zijn geloof in het openbaar. Dat doet hij op een door en door godsdienstige plek in het Noorden, bij Ceasarea Filippi (Mt.16)
Maar we komen Petrus ook anders tegen. Weggevlucht uit Gethsemane, volgt hij Jezus in de gang naar zijn proces, en wordt hij herkend als iemand die ook bij die Jezus hoort. Tot drie maal toe ontkent hij het en beweert bij hoog en bij laag, dat hij die man niet kent.
Toen kraaide er een haan en realiseerde Simon Petrus zich dat Jezus had gezegd: eer de haan kraait, zul jij me driemaal verloochend hebben. Dat moment kwam hard binnen!
Later krijgt Simon de gelegenheid om dit moment achter zich te laten en mag hij in een ontroerend gesprek met Jezus de Heer zijn liefde betuigen (Jh.21) en wordt hij genadig in ere hersteld.
Pas na de uitstorting van de Heilige Geest komen we Petrus tegen als een apostel die in functie treedt om van de opstanding te getuigen (Ha. 1,22 en 2,14vv).
Het is veelzeggend dat Petrus wordt gebruikt om aan een niet-Jood – Cornelius - het evangelie te brengen (Ha.10) en hem te dopen.
In de eerste tien hoofdstukken van Handelingen komen we van de apostelen alleen de naam van Petrus (en zijn broer Johannes) tegen. Dat illustreert dat Petrus wel het haantje de voorste genoemd kan worden. Het verbaast ook niet, dat later juist Petrus door Herodes wordt gezocht (Ha.12) en dat hij gevangen wordt gezet, in de hoop die Jezusbeweging in de kiem te smoren. Op wonderbaarlijke wijze wordt daar verteld, hoe God een mens in erbarmelijke omstandigheden kan redden.
En zomaar lijkt Petrus dan uit ons zicht te verdwijnen.
In een brief van Paulus aan de Galaten (Gal.2) komen we iets tegen, wat zou duiden op een zekere onduidelijkheid in de positie van Petrus. Paulus verwijt Petrus dat hij niet helder was geweest toen er in Antiochië discussie was of christenen zich toch aan de joodse wetten en regels moesten houden.
Blijkbaar was Jakobus (de broer van Jezus en de leider van de gemeente in Jeruzalem) deze mening toegedaan en had Paulus een duidelijker stellingname van Petrus verwacht. Was Petrus bang voor z’n reputatie? Van Petrus horen we niets meer. Zijn beide brieven ( 1 en 2 Petrus) bewijzen dat hij z’n werk tot aan het einde toe heeft voortgezet.
De Rooms-Katholieke kerk ziet in Petrus nog altijd ‘de kopman’, de eerste onder zijn gelijken, en beschouwen de pausen als opvolgers van Petrus. Dat baseren ze op de uitspraak van Jezus: jij bent Petrus, de rots waarop ik mijn kerk zal bouwen (Mt.16,18). Gelukkig maakt Petrus zelf in zijn brief duidelijk wie ‘de steen’ is op wie de kerk gebouwd wordt: ‘voeg u bij Hem, bij de levende steen die door de mensen werd afgekeurd maar door God werd uitgekozen….’ (1 Petr.2) : Jezus!
We weten niet waar Petrus terecht kwam. Geruchten zijn er genoeg.
In 2 Petr. 5,13 noemt Petrus zelf de stad Babylon als z’n verblijfplaats. Iedereen weet dat daarmee Rome werd bedoeld. Daar zou hij gekruisigd zijn. Dat verklaart óók de koppeling van de naam van Petrus aan deze stad en aan ‘de kerk van Rome’.
Petrus: het is en blijft een boeiend figuur.

J.M. Weststrate


eerder verschenen colums:


Woord van de maand- december
Woord van de maand- november
Woord van de maand- oktober
Woord van de maand- september
Woord van de maand- juli/ augustus
Woord van de maand- juni