Wie zijn wij, wat doen wij en wat hebben wij te bieden?
Wij hopen u hier, op onze website, antwoorden te bieden op deze vragen. Alle activiteiten binnen de gemeente worden hier wat nader toegelicht, we lichten onze identiteit toe en daarnaast bieden we u de gelegenheid om onze diensten te beluisteren en mee te beleven, bij u thuis, op een moment dat u daar tijd en rust voor hebt gevonden.
Daarnaast informeert de WZD u over de activiteiten van onze zendingswerkers in het buitenland en overige projecten.
Hebt u vragen of opmerkingen over de hier gegeven informatie dan nodigen wij u deze aan ons kenbaar te maken. Dat kan openbaar via het gastenboek of aan één bepaald iemand of een commissie via het contactformulier.

Dit orgel kon voor 7.000 gulden worden aangekocht. In overleg met Orgelmakerij Gebr. Reil uit Heerde werd dit instrument in de verbouwde Kruiskerk geplaatst. Een lang vervulde wens ging hiermee in vervulling. Voordien moest de gemeente zich namelijk behelpen met een harmonium en een elektronisch instrument. In de avonddienst van zondag 3 november 1985 werd het orgel in gebruik genomen. Orgels in kerken zijn pas van latere datum.
De vroegste verwijzing naar het gebruik van instrumenten in de kerk komen uit de tweede eeuw. Clement (155-c. 220) uit Alexandrië verbood het gebruik van de fluit, omdat dit instrument te werelds zou zijn en liet de begeleiding vervangen door een harp. Van kerkvader Ambrosius (inderdaad, die van de Ambrosiaanse lofzang) wordt gezegd dat hij de instrumentale muziek in de vierde eeuw in de kerk van het Westen heeft ingevoerd.
De Griekse keizer Constantijn Copronymus schenkt in 755 een orgel aan Pepijn, koning van de Franken, en deze plaatst dit in de kerk van St. Corneille in Compiegne. Lang niet iedereen is daar gelukkig mee. Omdat later Johannes Calvijn, één van de bekende Reformatoren, zich nogal kritisch over het orgel uitlaat, zijn het vooral de kerken van de Reformatie die zich tegen het gebruik van dit instrument in de eredienst verzetten. Anno 2010 zijn het juist de kerken van de Reformatie die een krachtig pleidooi voeren voor behoud van het orgel, als tegenhanger bij al die andere vormen van begeleiding van het zingen van de gemeente. Ze hebben er ook veel geld voor over.
De geringe belangstelling voor de opleiding tot organist kan diverse kerken/gemeenten nog wel eens gaan opbreken. In de Psalmberijming van 1773 heeft de dichter zichzelf de vrije hand gegeven, door de volgende tekst op te nemen:
Looft God, met bazuingeklank, geeft Hem eer, bewijst Hem dank,
Looft Hem met de harp en luit, looft Hem met de trom en fluit
Looft Hem op de blijde snaren!
Laat zich ’t orgel overal bij het juichend vreugdgeschal
tot des Heren glorie paren.
Toch is in de kerkgeschiedenis over niets zoveel ‘gedoe’ geweest als over liederen en begeleidingsinstrumenten tijdens de eredienst. Laten we hopen dat dit verleden tijd is.
J.M. Weststrate
eerder verschenen colums: