5.jpg
Hier, op deze speciale website zult u veel historische feiten kunnen lezen. We doen dat in columnvorm in een vijftal korte afleveringen. We doorlopen deze geschiedenis aan de hand van de vijf kenmerken van onze Vrije Evangelische Gemeente.
Deze kenmerken zijn:
1. persoonlijk geloof
2. zendingsgemeente zijn
3. vrije zelfstandige gemeente
4. belijdende gemeente
5. oecumenisch contact.

De geschiedenis: De gemeente als Vrije zelfstandige Gemeente.

Om maar meteen een misverstand uit de weg te ruimen: “Vrij” heeft niets te maken met vrijzinnig, noch met losbandigheid. Vrij wil zeggen: een afkeer van dwingend bestuur van bovenaf, van staat en synode. Het benadrukken van de zelfstandigheid van de plaatselijke gemeente. Of, zoals de beginselen het zeggen: “De gemeenten … bestaan vrij en zelfstandig, verenigd uit gelovigen in Christus Jezus en samengekomen door belijdenis van de levende Heiland.” Christus regeert zijn gemeente!” De zelfstandigheid geeft de gemeente de mogelijkheid zich in vormen en gebruiken aan te passen aan de vragen die elke tijd aan een gemeente stelt.

Kerk en staat in de 19e eeuw
Begin 19 eeuw kwam er een einde aan de bezetting van Nederland door de Fransen. Een telg uit het Oranjegeslacht werd koning: Willem I. Er brak een periode aan van optimisme en vooruitgangsgeloof. Er was in deze moeilijke tijden behoefte aan orde en rust. De kerk was een volkskerk geworden, waarbij lidmaatschap een uiting van burgerfatsoen was. De prediking was moralisend (leven als goede burgers) in plaats van een Levende prediking van het Woord. In 1816 werd het Algemeen Reglement uitgevaardigd: het bestuur over de kerk kwam in handen van een door de koning benoemde en gecontroleerde synode. De kerk verloor zo haar vrijheid.

Bloeiend Geestelijk leven
Buiten de gevestigde kerken was er echter sprake van een bloeiend geestelijk leven: het Reveil. Een opwekkingsbeweging die zich ondermeer verzette tegen het ongefundeerde optimisme en het dogmatisch orthodoxisme, en een bloeiend scala aan Gezelschappen. Kleine gemeenschappen van gelovigen die zich bezighielden met het lezen van preken van dominees uit de goede oude tijd en met elkaar geestelijke zaken bespraken. Een aantal dominees trad uit de Hervormde kerk en weer anderen werden eruit gezet. Zo ontstond de Afscheiding: een beweging van protest tegen de gevestigde kerken. Men vormde kleine, vrije gemeenten. Los van Staat en Synode! Op 21 november 1835 werd zo ook de Christelijk Afgescheiden Gemeente van Heerde gevestigd door dominee Brummelkamp, de “vader van de Gelderse Afscheiding”. Brummelkamp stond afwijzend tegenover het verplicht laten zingen van gezangen, zoals het Algemeen reglement voorschreef. Ook stond hij afwijzend tegenover dwingende kledingvoorschriften voor dominees (toga). Hij was tegen dwingende kerkregels in het algemeen en pleitte voor ruimte in de kerk. De gemeente van Jezus Christus moet een “Vrije” gemeente zijn!

Samenwerking
Al ben je dan afgescheiden en vrij, je hebt behoefte aan contact met andere christenen. Op 2 maart 1836 kwam men voor het eerst in een landelijke vergadering bij elkaar in Amsterdam. Brummelkamp stimuleerde dit zeer. Er werd een eerste poging gedaan om officiele erkenning van de staat te krijgen. Maar het bleek niet eenvoudig om alle gemeenten blijvend op één lijn te krijgen. Februari 1839 wordt de eerste Afgescheiden Gemeente officieel erkend. Als in 1841 ook de gemeente van Heerde erkend wordt door koning Willem II, komt er een eind aan een periode van tegenwerking en vervolging. In 1854 wordt ds. Evert Teunis predikant in Heerde. Zijn predikingen hadden als middelpunt "Christus en het door Hem volbrachte werk", hetgeen voor veel mensen als 'te ruim in het aanbod van het heil' werd gezien. Maar er speelde meer. Uiteindelijk werd ds. Teunis op 18 augustus 1863 geschorst als predikant. Dit leidde in Heerde tot een breuk in de gemeente. Het grootste deel bleef ds. Teunis trouw, de andere groep werd de Gereformeerde Gemeente van Heerde (zoals we die nu nog kennen aan de Kanaalstraat). De band met andere afgescheiden gemeenten was nu weer verbroken. Vanuit die vrijheid heeft de gemeente in Heerde steeds contacten gelegd en onderhouden. Als in 1881 door leerlingen van ds. Witteveen geijverd wordt om te komen tot een landelijk verband tussen de “Vrije gemeenten” besluit Heerde een afwachtende houding aan te nemen. Men wordt geen lid van de in september 1881 opgerichte Bond van Vrije Christelijke Gemeenten in Nederland. Pas 23 jaar later, in april 1904 besluit men alsnog lid te worden. Met de intentie om in vrijheid verbonden zijn met andere gemeenten.

Conflict en Groei
Hoe ver de voorliefde voor de vrijheid gaat blijkt wel uit een conflict ten tijde van dominee Hermannus Meijer, de langst dienende predikant van Heerde (1892 - 1934). Talrijke leden protesteren tegen het noemen van kandidaten bij een kerkenaadsvergadering. Het wordt beschouwd als het benemen van de vrijheid. Een en ander leidt tot een uittocht uit de kerk! Na het overlijden van ds. Meijer waren er nog maar 20 leden over! Toch wordt er in november 1938 een nieuw kerkgebouw in gebruik genomen: de Kruiskerk.. In deze tijd verandert ook de naam van de gemeente in “Vrije Evangelische Gemeente”.

Kruiskerk in het heden
Nog steeds legt de gemeente sterk de nadruk op haar zelfstandigheid. Over gebruiken en vormen van het kerkzijn beslist de halfjaarlijkse ledenvergadering, het hoogste orgaan in de gemeente. Ten aanzien van de Bond en samenwerking met andere gemeenten is men kritisch positief. Bij dit alles blijft echter gelden: Christus is het hoofd van de kerk. Het is een vrije, Christus belijdende gemeente!!!!

eerder verschenen artikelen:


De geschiedenis - De gemeente als belijdende gemeente
De geschiedenis - De gemeente als zendingsgemeente.
De geschiedenis - Het persoonlijk geloof