4.jpg
Hier, op deze speciale website zult u veel historische feiten kunnen lezen. We doen dat in columnvorm in een vijftal korte afleveringen. We doorlopen deze geschiedenis aan de hand van de vijf kenmerken van onze Vrije Evangelische Gemeente.
Deze kenmerken zijn:
1. persoonlijk geloof
2. zendingsgemeente zijn
3. vrije zelfstandige gemeente
4. belijdende gemeente
5. oecumenisch contact.

De geschiedenis - Het persoonlijk geloof

In die tijd stond de kerk, dankzij ‘het reglement’ onder synodaal bestuur. Van hogerhand werden zaken opgelegd. De kerk was een volkskerk geworden, waar het persoonlijk geloof geen punt van gesprek was. Veel mensen waren lid ‘uit gemak’ in plaats van vanuit persoonlijke overtuiging. Overal in Nederland ontstaan gezelschappen of ‘conventikels’ waar men spreekt over het geestelijke leven. Als Bummelkamp, predikant van de Hervormde gemeente Hattem weigert om kinderen te dopen van ouders die geen geloofsbelijdenis hebben afgelegd, beginnen de problemen tussen hem en de ingeslapen kerkenraad. Brummelkamp stoort zich aan de dwingende maatregelen uit ‘het regelement’, de dogma’s van de kerk en het gebrek aan ‘passie’ en overtuiging. Dit resulteert er enkele maanden later uiteindelijk in dat hij wordt afgezet als predikant van deze gemeente.

Eerste Afgescheiden Gemeente
Waar kerkdeuren werden gesloten, gingen harten open, die kwamen luisteren naar de verkondiging van het evangelie. Her en der ontstonden dergelijke kleine ‘huiskringen’ van de Afgescheidenen. Men kwam samen bij elkaar in huis en op grote boerderijen. In Hattem was dat direct al een groep van 42 mensen, die ook wel bij de molen van Mulder in Wapenveld samenkwam en die gaandeweg verder zou groeien. Samenkomsten werden verboden, boete’s werden uitgedeeld en een dienst werd zelfs door 68 militairen uiteen gedreven. De gemeente groeide echter tegen alle verdrukking in en op 17 november 1841 werd zij officieel erkend door Koning Willem II.

Gereformeerde kerk
Haar bestaan was echter niet zonder zorgen. Al in 1864 vond een volgende scheuring plaats. De in 1854 aangestelde ds. Teunis was volgens sommigen in zijn prediking te ruim in het aanbod van het heil voor de mensen. Christus en het door Hem volbrachte werk stonden volop in het middelpunt van zijn prediking. Omdat hij de aanleiding zou zijn dat de gemeente door ‘twist en tweedragt’ uit elkaar wordt gereten, wordt hij als predikant geschorst. Het grootste deel van de gemeente blijft trouw aan ds. Teunis. Enkele gemeenteleden en 1 kerkenraadslid gaan weg. Zo ontstaat de Gereformeerde kerk van Heerde.

Zorgen en problemen
In 1884 deden zich heel andere problemen voor. Uit gewoonte liet men de predikanten de drie formulieren van enigheid tekenen. Dit zijn de Nederlanse Geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus en de Dordtse leerregels. De te beroepen ds. Deuninck heeft vooral moeite met de uitverkiezingsleer uit de Dordtse leerregels. De kerkenraad besluit het te ondertekenen formulier te veranderen waarna de benoeming alsnog kan doorgaan.

Dieptepunt en bodemloos vertrouwen
In de periode daarna, als ds. Hermannus Meijer in Heerde het roer overneemt, breken voor de gemeente echt zware tijden aan. Meijer was zijn tijd ver vooruit maar had niet de souplesse om gemeenteleden en de kerkenraad voor zich te winnen en te overtuigen. Gevolg: veel onenigheid waardoor steeds meer leden de gemeente verlaten. Er ontstaat een financieel tekort en als alternatief salaris wordt het kerkgebouw en de pastorie eigendom van ds. Meijer. Als hij overlijdt in 1934, zijn er nog slechts 20 leden over, zonder kerkgebouw. Gebaseerd op hun persoonlijk geloof en overtuiging besluiten zij om door te gaan en ze maken zelfs plannen voor het bouwen van een nieuwe kerk. Met de komst van zendeling-leraar Kammeijer en het nieuwe kerkgebouw (de huidige kruiskerk) wordt een nieuwe periode ingeluid.

Keuze met overtuiging
Door de jaren heen zijn er steeds moeilijke tijden geweest. Maar nooit was het vanzelfsprekend dat men koos voor deze gemeente. Het persoonlijke geloof bond en bindt ons samen. Dit komt vooral ook de laatste jaren weer tot uiting in de sterke groei van de gemeente en het relatief grote aantal mensen dat belijdenis wil doen. Ook in deze tijd wil onze gemeente nog steeds een belijdende gemeente zijn, waarbij de leden aanspreekbaar zijn op hun persoonlijk geloof. Dat wij als gemeente moge zijn en blijven zoals in de Kruiskerk in 1938 werd ingemetseld: “Tot eer van God”.

eerder verschenen artikelen:


De geschiedenis - De gemeente als belijdende gemeente
De geschiedenis - De gemeente als zendingsgemeente.
De geschiedenis - Het persoonlijk geloof